Logo Nederlandse kankerregistratieLogo Nederlandse kankerregistratie layout image
 
Naar de cijfers
layout image      

Niet mensenleven maar (duur) geneesmiddel waarderen

19 Mar 2015 11:39:33

Het onder controle houden van de uitgaven aan nieuwe, dure geneesmiddelen verdient hoge prioriteit. Regelgeving biedt geen oplossing, omdat het individuele van de ernstig zieke mens niet eenvoudig in algemene regels is te vatten. Niet de waarde van een levensjaar, maar de waarde van het dure geneesmiddel zou ter discussie moeten staan, betogen Carin Uyl-de Groot (iBMG) en Peter Huijgens (IKNL) in Medisch Contact van 19 maart 2015. Een convenant met maatschappelijk draagvlak moet leiden tot een drempelwaarde voor nieuwe geneesmiddelen die tot het pakket worden toegelaten.

 

De discussie werd tot nu toe gevoerd over ‘grensbedragen': wat een mensenleven maximaal mag kosten. Uyl en Huijgens vragen zich af of de zorg voor een individuele mens past bij een algemene quality-adjusted life year  (QALY). Zij bepleiten om te spreken van een drempelwaarde en de discussie te voeren over de vraag in welke situaties een duur geneesmiddel geëigend is.

 

Wat mag een mensenleven kosten?

De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) deelde in 2006 ziekten in naar ziektelast. Hoe hoger de ziektelast hoe hoger de waarde per QALY. Geneesmiddelen ingezet bij ziekten met een hoge ziektelast zouden maximaal 80.000 euro per gewonnen QALY mogen kosten. Het berekenen van de kosten van een QALY is ingewikkeld. Onderzoek naar de beste manier van het bepalen van de QALY-waarde is wetenschappelijk interessant en relevant, maar eigenlijk is de vraag: willen we ooit een drempel hanteren? We lopen het risico dat er weer geen beslissing over de hoogte van de drempel wordt genomen. Het RVZ-rapport was een goede aanzet, maar de aanbevolen grenswaarde is nooit maatschappelijk en politiek aanvaard.

 

Prijs van dure geneesmiddelen

De prijs van nieuwe oncolytica is gestegen van 300-500 euro per patiënt per maand aan het begin van de jaren negentig, naar 10.000 euro per patiënt per maand in 2014. Een geneesmiddel is ‘duur' als het meer dan 10.000 euro per patiënt per jaar kost. Het is niet alleen van belang dat de middelen zorgvuldig worden gebruikt, maar ook moet zorgvuldig worden vastgesteld of de kostprijs acceptabel is. Nieuwe oncolytica kunnen alleen worden toegelaten als ze binnen het Budgettair Kader Zorg passen. Onderhandelingen over prijzen worden dus erg belangrijk.

 

Maatschappelijk convenant

Het ontbreken van aanvaarde grenswaarden is op te lossen door met alle belanghebbende partijen een maatschappelijk convenant op te stellen. Daarin moet staan hoe de kosten van dure (kanker) geneesmiddelen nu en in de toekomst onder controle zijn te houden, zonder dat de toegang tot deze nieuwe middelen wordt belemmerd. Het doel is tweeledig: zorg dragen dat de juiste patiënt het juiste geneesmiddel, de juiste behandeling krijgt en dat de kosten daarvan binnen het Budgettair Kader Zorg blijven. Er dient een drempelwaarde te worden vastgesteld voor de prijs van kwalitatief goede zorg en hoe hierover met de industrie kan worden onderhandeld.

De auteurs schetsen een tweedeling in drempelwaarden, die bepaalt of er wel of niet wordt onderhandeld over de prijs. Boven de drempelwaarde wordt per definitie over de prijs van het desbetreffende geneesmiddel onderhandeld tussen het ministerie van VWS en de farmaceutische industrie. Een gunstige drempelwaarde geeft geen garantie voor een (on)voorwaardelijke toelating tot het pakket. De mogelijkheid om te onderhandelen staat altijd open: zo blijft er ruimte voor uitzonderingen.

 

Rol voor artsen

Bij deze onderhandelingen is betrokkenheid van de beroepsgroep belangrijk. Veel medici weten niet hoe ze invloed kunnen hebben op beslissingen, terwijl ze over belangrijke kennis en informatie over deze geneesmiddelen beschikken. Artsen kunnen en moeten hun rol gaan spelen in de algemene discussie om het gebruik bij de individuele patiënt mogelijk te blijven houden.

Verder is het van belang dat gemonitord wordt welke behandeling de patiënt heeft gekregen en wat het resultaat is. Dat is zowel bij voorwaardelijke als bij onvoorwaardelijke toelating van belang om de betaalbaarheid te garanderen.

 

Op 25 maart staat een algemeen overleg over geneesmiddelenbeleid op de agenda van de Vaste Kamercommissie. iBMG en IKNL adviseren de Kamerleden bovenstaande oplossing te overwegen.

Bron: iBMG en IKNL

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Selecteer indicator