Logo Nederlandse kankerregistratieLogo Nederlandse kankerregistratie layout image
 
Naar de cijfers
layout image      

Ouderen met stadium III dikkedarmkanker: ga in gesprek met oncoloog

19 Dec 2016 12:00:00

Uit promotieonderzoek van Felice van Erning (Integraal Kankercentrum Nederland) blijkt dat oudere patiënten met stadium III dikkedarmkanker evenveel voordeel hebben van aanvullende chemotherapie na een darmkankeroperatie als jongere patiënten bij het verkleinen van het risico op een afstandsrecidief. Verder wordt enkelvoudige chemotherapie met capecitabine in de dagelijkse praktijk beter door ouderen verdragen en zorgt dit voor minder bijwerkingen, zonder beperking van de overlevingswinst, in vergelijking met gecombineerde chemotherapie met de middelen capecitabine en oxaliplatin. Volgens de promovenda doen ouderen met stadium III dikkedarmkanker er verstandig aan om in gesprek te gaan met hun oncoloog of, en welke, aanvullende chemotherapie zinvol is in hun situatie.

 

Door de vergrijzing, maar ook door de leefstijl en recente introductie van het bevolkingsonderzoek, neemt het aantal patiënten met dikkedarmkanker in Nederland toe. Uit de Nederlandse Kankerregistratie blijkt dat het aantal nieuwe patiënten met dikkedarmkanker tussen 1990 en 2015 is gestegen van 4.600 naar bijna 11.000. De verwachting is dat deze trend zich de komende jaren zal voortzetten. De gemiddelde leeftijd bij diagnose van dikkedarmkanker is 69 jaar; ongeveer een derde van de patiënten is 75 jaar of ouder. Een bijkomend gevolg is dat een groot deel van deze patiënten gelijktijdig te maken heeft met andere chronische ziekten.

 

Stadium III dikkedarmkanker

Circa een kwart van alle patiënten met dikkedarmkanker in Nederland heeft stadium III op het moment van diagnose. Dat houdt in dat de kanker niet beperkt is tot de dikke darm en inmiddels is uitgezaaid naar ten minste één regionale lymfeklier, maar niet naar andere organen. De behandeling bestaat uit het chirurgisch verwijderen van de tumor inclusief regionale lymfeklieren, gevolgd door aanvullende (‘adjuvante’) chemotherapie om eventuele achtergebleven tumorcellen te doden.

 

Felice van Erning onderzocht voor haar proefschrift het gebruik van de verschillende vormen van adjuvante chemotherapie bij ouderen met stadium III dikkedarmkanker, de dosisintensiteit en de daaraan gerelateerde toxiciteit (bijwerkingen). Verder deed ze onderzoek naar het verband tussen het wel of niet krijgen van adjuvante chemotherapie, het risico op het ontwikkelen van een recidief en de recidiefvrije en algemene overleving. Voor de studies maakte ze gebruik van data uit de Nederlandse Kankerregistratie, een databank waarin gegevens van alle patiënten met kanker in Nederland zijn opgeslagen voor wetenschappelijk onderzoek.

 

Met of zonder oxaliplatin

Felice van Erning toont in haar proefschrift aan dat slechts 35% van de oudere patiënten met stadium III dikkedarmkanker tussen 2005 en 2012 adjuvante chemotherapie kreeg. Een grote meerderheid van deze groep (88%) kreeg gecombineerde chemotherapie met twee middelen (capecitabine en oxaliplatin) of enkelvoudige therapie (capecitabine). Het aandeel patiënten dat alle geplande kuren afmaakte, was beduidend lager bij patiënten die werden behandeld met de combinatietherapie (33%) dan bij patiënten die enkelvoudige therapie met capecitabine kregen (55%).

 

Ook ontvingen patiënten die de combinatietherapie volgden uiteindelijk een lagere totaaldosis capecitabine dan patiënten die uitsluitend capecitabine kregen. De promovenda toont tevens aan dat patiënten die gecombineerde chemotherapie kregen beduidend meer last hebben van bijwerkingen dan patiënten die alleen capecitabine kregen (54% versus 38%). Het gaat hierbij om bijwerkingen als diarree, misselijkheid, tintelend of doof gevoel in vingers of tenen en/of vermoeidheid.

 

Gesprek met oncoloog

Onderzoek met behulp van vragenlijsten onder patiënten laat zien dat patiënten die een combinatietherapie met capecitabine en oxaliplatin kregen vaker last hebben van tintelende tenen of voeten dan patiënten die uitsluitend capecitabine kregen. Volgens de promovenda is het van groot belang ouderen helder te informeren over deze risico’s, zodat zij een weloverwogen besluit kunnen nemen over een passende behandeling aangezien deze klachten het dagelijks functioneren en de kwaliteit van leven behoorlijk kunnen beïnvloeden gedurende, maar ook na de behandeling.

 

Voordelen aanvullende chemotherapie

Naast enkele nadelen biedt chemotherapie ook voordelen. Felice van Erning toont in haar proefschrift aan dat oudere patiënten met stadium III dikkedarmkanker die na een operatie aanvullende chemotherapie krijgen, minder risico lopen op het ontwikkelen van een afstandsrecidief (optreden van de ziekte elders in het lichaam). Verder blijkt dat er geen verschil is in de recidiefvrije vijfjaarsoverleving tussen gecombineerde (60%) en enkelvoudige (63%) chemotherapie. Patiënten die geen adjuvante chemotherapie kregen, hadden een vijfjaarsoverleving van circa 38%.

 

“Deze uitkomsten geven aan dat oudere patiënten die combinatietherapie krijgen met capecitabine en oxaliplatin of enkelvoudige therapie met capecitabine een betere recidiefvrije overleving hebben vergeleken met patiënten die géén adjuvante chemotherapie kregen. Adjuvante chemotherapie zou daarom zeker overwogen moeten worden bij oudere patiënten. Omdat de overlevingswinst niet verschilt tussen gecombineerde en enkelvoudige chemotherapie, is de toevoeging van oxaliplatin wellicht niet gerechtvaardigd bij oudere patiënten met stadium III dikkedarmkanker”, concludeert Felice van Erning in haar proefschrift.

 

Observationeel onderzoek

Het bijzondere aan dit proefschrift is dat alle studies gebaseerd zijn op observationeel onderzoek, waarbij data van patiënten zijn gebruikt uit de Nederlandse Kankerregistratie. Op die manier kan inzicht worden gegeven in het gebruik en de effecten van de verschillende behandelopties bij oudere patiënten met dikkedarmkanker in de dagelijkse, klinische praktijk.

 

Dit in tegenstelling tot klinische trials, waarbij ouderen in de leeftijd van 70 jaar en ouder ondervertegenwoordigd of zelfs helemaal uitgesloten worden, ondanks het feit dat dikkedarmkanker vooral voorkomt op hoge leeftijd. Oudere patiënten die wél deelnemen aan klinische trials zijn vaak relatief vitaal en hebben weinig bijkomende ziekten, waardoor deze studies niet representatief zijn voor oudere patiënten in de dagelijkse praktijk. Observationele studies kennen dit nadeel niet, omdat er geen ‘voorselectie’ van patiënten plaatsvindt.

 

*De promotie van Felice van Erning op het proefschrift ‘Adjuvant chemotherapy among elderly colon cancer patients; from gut feeling towards evidence-based use in clinical practice’ vindt plaats op woensdag 21 december 2016 om 11:30 uur aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Promotor: prof. dr. V.E.P.P. Lemmens. Copromotors: Dr. M.L.G. Janssen-Heijnen en dr. G.J. Creemers. 

Bron: IKNL

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Selecteer indicator